Jongeren in gesprek op schommel

Hoe betrek je jongeren bij participatie?

De sleutels voor een Relevant Gesprek® met jongeren

Jongeren zijn een lastige publieksgroep om bij beleid te betrekken. Dat ondervinden gemeenten regelmatig. Toch is het soms belangrijk om ze bij participatietrajecten te betrekken. Jongeren zijn tenslotte de toekomst. Je zag bijvoorbeeld tijdens de coronacrisis dat de minister-president regelmatig in gesprek ging met jongen om te zien wat er bij hen leefde om het beleid daarop te kunnen afstemmen. Maar hoe betrek jij nou jongeren bij jouw beleid of project? 


Het begint, zoals bij veel trajecten, met een goed doordachte aanpak aan de voorkant. Onze methodiek van het Relevant Gesprek® helpt bij het maken van een goede aanpak. De methodiek helpt je in het beantwoorden van de onderstaande vragen. Ter illustratie is er bij iedere vraag een praktijkvoorbeeld van een participatieproces met jongeren toegevoegd. 

5 leerpunten voor het betrekken van jongeren bij participatie

1. Waarom in gesprek?

Waarom wil je jongeren bij het beleid of project betrekken? Participatie is ter ondersteuning van je vraagstuk en nooit een doel op zich. Vraag je af wat de input van jongeren bijdraagt aan je beleid of project.

Voorbeeld: Een gemeente gaat een nieuw jeugdbeleid opstellen, samen met partners, maatschappelijke organisaties, inwoners en jongeren. Het is dan logisch om ook in gesprek te gaan met jongeren. Zij ondervinden ten slotte de regels en voorwaarden die uit het beleid naar voren komen. 

2. Wat is het onderwerp van gesprek?

Waar ga je het over hebben? Is het onderwerp voor jongeren relevant? Dit is een belangrijke sleutel voor het betrekken van jongeren. De onderwerpen van beleid zijn soms te abstract. De kunst is om het onderwerp voor jongeren dichtbij te brengen, waardoor het voor hen een relevant onderwerp wordt. 

Voorbeeld: Het te ontwikkelen jeugdbeleid heet het Jeugdakkoord. De inhoud is aan de hand van de ik-zit-lekker-in-mijn-vel-factoren opgehaald. Deze factoren zijn vervolgens vertaald naar thema's in het beleid. De partners hebben deze input gebruikt om verder over de thema's en uitkomsten in gesprek te gaan. 

3. Met wie wil je in gesprek?

Wie wil je uitnodigen? Dé jongere bestaat niet. Welke jongeren heb je nodig voor het beantwoorden van je participatievraag? Jongeren die interesse hebben in cultuur of in sport? Ervaringsdeskundigen? En hoe kun je ze het beste bereiken? Het uitgangspunt is daar zijn waar je doelgroep is. 

Voorbeeld: De gemeente koos ervoor twee groepen jongeren te willen betrekken: De ervaringsdeskundigen die iets konden vertellen over hun ervaringen vanuit hun ondersteuningstraject. En de jongeren die niet in een ondersteuningstraject zitten of zijn geweest. 

4. Hoe ga je in gesprek?

De gespreksvorm moet passend zijn bij de jongeren en bij het onderwerp van gesprek. Er zijn veel verschillende manieren om het gesprek te voeren. Afhankelijk van de antwoorden bij de eerdere sleutels van het Relevant Gesprek® bepaal je een geschikte gespreksvorm. 

Voorbeeld: De ervaringsdeskundigen zijn benaderd via het netwerk van belangrijke partners van de gemeente zoals het Centrum voor Jeugd en Gezin (CJG) en Welzijnswerk. Zij hebben met jongeren contact opgenomen en hen persoonlijk een aantal vragen gesteld. De jongeren die niet in een ondersteuningstraject zaten, zijn bereikt via een sportevenement en de scholen. Dat zijn tenslotte plekken waar jongeren zijn. In het gesprek met jongeren is de tool Mentimeter ingezet om een paar vragen te stellen. Deze vragen werden door begeleiders in 11 verschillende klassen gesteld aan jongeren tussen de 10 en 18 jaar. Hierdoor zijn in korte tijd 276 jongeren bereikt.

5. Geen doel op zich

Hoe betrek je jongeren bij participatie? Door te beseffen dat het betrekken van jongeren geen doel op zich mag zijn, maar een relevante bijdrage moet leveren aan je beleid of project. En als dat het geval is, dan kan de methodiek van het Relevant Gesprek® je helpen om deze aanpak te maken. 
Meer informatie over de Basistraining Relevant Gesprek®
De training is gratis voor de deelnemers van het Basis-, Master- en Licentieprogramma.